Gepersonaliseerd leren en de digitale leeromgeving (deel 2)

In een eerdere blog heb ik geschreven over de eisen die gesteld worden aan de digitale leeromgeving op basis van enkele onderwijsconcepten die ‘in extreme mate’ de kenmerken van gepersonaliseerd leren kennen. Het betrof hier voornamelijk de eisen die gesteld worden aan de elektronische leeromgeving (elo). In dit bericht wordt de vertaling gemaakt voor de functionele eisen die gesteld worden aan de digitale leer- en werkomgeving op basis van de vijf domeinen waarop personalisatie kan plaatsvinden. Ook voor dit bericht geldt dat de didactische- en pedagogische uitgangspunten buiten beschouwing zijn gelaten.

SURF heeft in 2016, voor de onderwijslogistieke kant, een zeer bruikbare whitepaper “Onderwijs op maat; anno 2016” uitgegeven. In deze whitepaper beschrijven ze een tweetal dimensies (wat en hoe studenten leren) met een vijftal domeinen waarlangs personalisatie van het onderwijs kan worden georganiseerd.

Dimensie I: Wat studenten leren

  1. Inhoudelijke keuzevrijheid: hiermee krijgen studenten ruimte om zelf invulling te geven aan de inhoud van hun opleiding en eventueel de mogelijkheid om delen van de opleiding elders te volgen. Deze vorm is in het MBO lastig te realiseren; het MBO is immers gebonden aan een kwalificatiedossier. Toch bestaat er een beperkte mogelijkheid om afhankelijk van de leerbehoefte van de student enige differentiatie in de leerstof aan te brengen. Met name regionale samenwerking met werkgevers biedt ruimte om dit te ontwikkelen (al dan niet in keuzedelen). Hiervoor is toegang tot de DLWO voor het ontwikkelen van leermateriaal en het verzorgen van onderwijs door externen noodzakelijk. Toekomstige (technologische) ontwikkelingen zijn badging en microcredentials die een erkenning afgeven van het elders gevolgde onderwijs. Metadatering (labelen van de leereenheden op basis van het kwalificatiedossier) zijn noodzakelijk om overzicht te houden over de studievoortgang van de student. Ook voor het verantwoorden van zelf gemaakte lessen is metadatering zinvol.
  2. Passend bij hun achtergrond: hiermee wordt rekening gehouden met de beginsituatie van de student. Er wordt hem een passend onderwijsaanbod gedaan op basis van zijn voorkennis en reeds eerder opgedane werkervaring. Een eenvoudige en praktische manier, zonder een volledig EVC-traject te moeten doorlopen, is om gebruik te maken van toetsen die vaststellen of de student over het beginnend niveau beschikt. Het begeleidingsportfolio en het content management systeem (CMS) dienen bij voorkeur zodanig te zijn ingericht dat onderdelen waarvoor vrijstelling is verleend, niet meer zichtbaar zijn voor de student. Nog mooier is als de elo de mogelijkheid heeft om op basis van resultaten van de diagnostische toets automatisch een individueel leertraject te genereren.

Dimensie II: Hoe studenten leren

  1. Eigen niveau: Hierbij wordt het onderwijs op meerdere niveaus aangeboden. Hierdoor kan een student excelleren of juist eerst op een lager niveau zich de stof eigen maken. Ook hierbij kan men denken aan instaptoetsen om het niveau te bepalen en automatisch de leerstof aan te bieden die het meest past bij de student. Slechts weinig elo’s kunnen dit momenteel realiseren. In de toekomst neemt de beschikbaarheid van adaptieve leermethoden toe en wordt ook het gebruik van learning analytics meer gangbaar. Tot die tijd is het raadzaam om te werken met metadatering en biedt een indeling van het CMS volgens het 4C/ID-model de meeste soelaas om flexibilisering op niveau te realiseren.
  2. Eigen manier: Hierbij is er een keuzevrijheid in de verwerkingsvorm van de leerstof. Er zijn verschillende leermethoden en leermateriaal en begeleidingsmethode kunnen door de student gekozen worden. In principe gelden voor deze manier van flexibiliseren eveneens dat de leermiddelen goed gemetadateerd dienen te zijn. Er dienen immers meerdere studie-activiteiten per leereenheid beschikbaar te zijn. Verder moeten de leerroutes voor de student makkelijk te selecteren zijn. Bij voorkeur moet de student dit zelf kunnen doen. Het learning management systeem (LMS) moet zodanig ingericht zijn dat de content van het CMS en het begeleidingsportfolio makkelijk voor iedere student individueel samengesteld kunnen worden. Hiermee blijft het LMS en begeleidingsportfolio overzichtelijk voor de student en begeleidend docent. Indien opleidingen studenten zelf de vorm van hun onderwijs (inclusief bewijslast) laten vormgeven aan de hand van leervragen, moet het CMS en het begeleidingsportfolio de studenten in staat te stellen om zelf onderwijs te ontwerpen (zie ook eerder bericht over gepersonaliseerd leren bij Friesland college).
  3. Eigen tijd, plaats en tempo: Hierbij gaat het om dat studenten vrijheid hebben om zelf te bepalen waar (ook buiten school), wanneer en in welk tempo ze leren. Hiermee doen scholen recht aan de verschillen in leefsituaties. Dit kan in principe iedere elo faciliteren omdat vrijwel alle elo’s een SaaS oplossing zijn. Maar met deze standaardinrichting wordt het onderwijs beperkt tot alleen individueel onderwijs. Om samenwerking mogelijk te maken dient de DLWO te beschikken over synchrone- (videoconferenceing, chat, etc.) en asynchrone (samenwerkingsomgeving, forum, microblog) communicatiemiddelen.

Uiteraard zijn er ook combinaties van dimensies en domeinen binnen een opleiding mogelijk om gepersonaliseerd leren vorm te geven. Voor elk domein zijn er aandachtspunten voor de beschikbaarheid en inrichting van de verschillende applicaties nodig om het onderwijs te kunnen faciliteren.

In de rest van de whitepaper van SURF staan voorbeelden uit het HBO over trajecten die er momenteel gaande zijn. Ook worden er technologische ontwikkelingen genoemd die in de toekomst invloed krijgen over de mogelijkheid om gepersonaliseerd onderwijs verder vorm te geven en worden er discussiepunten aangereikt waar het goed van is dat een opleidingsteam het hier over heeft.

In de twee blogberichten over Gepersonaliseerd leren en de DLWO heb ik getracht een denkrichting aan te geven waar opleidingen rekening mee dienen te houden bij het inrichten van de DLWO als ze een bepaalde vorm van gepersonaliseerd leren willen invoeren. De informatie in deze berichten is geenszins compleet en verwoordt mijn persoonlijke visie. Een visie die tot stand is gekomen op basis van een meta-onderzoek naar verschillende vormen van gepersonaliseerd leren en de whitepaper van SURF. En nogmaals; in deze berichten doe ik geen enkele uitspraak over de beste didactiek rondom gepersonaliseerd leren. Ook zul je op deze blog geen enkele aanbeveling vinden over welke elo het meest geschikt is voor gepersonaliseerd leren. Ik houd me sterk aanbevolen voor aanvullingen, maar reacties over specifieke elo’s worden verwijderd!!!