Gaan de tech-bedrijven het onderwijs overnemen?

Tijdens de SURF Onderwijsdagen 2019 waarschuwde Christien Bok voor de opkomst van tech-ed bedrijven die een grote invloed zouden gaan krijgen in het onderwijs. Zij voorspelde een toekomst waarin grote bedrijven als Google, Microsoft en Amazon gepersonaliseerd onderwijs gaan aanbieden als concurrent van het reguliere onderwijs. Door het toenemend aantal data die op de digitale platforms worden opgeslagen en door middel van de gratis apps die beschikbaar zijn bij dergelijke bedrijven, voorspelt zij dat het niet meer lang duurt voordat deze bedrijven met algoritmes een onderwijsaanbod gaan creëren dat is afgestemd op de persoonlijke behoeften van een student. In een uitgebreid betoog legde zij uit op welke wijze deze bedrijven nu reeds bezig zijn om deze data te verzamelen en dat door het gebruikersgemak van de apps er een behoefte wordt gecreëerd die hier in gaat voorzien.

Een paar dagen geleden verscheen in het NRC een artikel van Tjip de Jong over de invloed van deze bedrijven in het MBO. Hierin wordt verwezen naar de overname van Iddink door Sanoma, waardoor er een machtig ‘blok’ ontstaat welke deze bedrijven in staat stelt om de onderwijsmarkt nog meer naar hun hand te zetten. Ook een app als Squla die de grootste aanbieder is van digitaal leermateriaal, waar een grote Amerikaanse investeerder achter zit, zou door hun dominante positie een potentiële concurrent worden van het traditionele onderwijs.

Met een omzet van €1 miljard die er jaarlijks op de leermiddelenmarkt in Nederland wordt gegenereerd én een constante toestroom van ‘klanten’ is deze markt natuurlijk zeer interessant voor commerciële bedrijven. Het door Christien Bok en Tjip de Jong geschetste scenario is zeker niet ondenkbaar. Maar zo stellig als Christien en Tjip het stellen, daar ben ik niet van overtuigd.

Eigen schuld, dikke bult!

Op de eerste plaats hebben we dit in het MBO deels over ons zelf afgeroepen. De dominantie van uitgeverijen met hun (digitale) lesmethodes en het braaf volgen van deze methode zijn in de loop van de jaren toegenomen. Docenten zijn ‘methodeslaven’ geworden; een woord dat ik heb leren kennen tijdens een conferentie uit de mond van een vertegenwoordiger van een uitgeverij. Aanvankelijk heb ik me hier vreselijk aan gestoord, maar in de loop van de tijd merk ik dat hij ook nog gelijk heeft gekregen. De tijd waarin de docent kijkt welke leermiddelen het beste passen bij de te bereiken leerdoelen, de kenmerken van de klas en zijn eigen persoonlijke kwaliteiten zijn inderdaad ingeruild door het braaf volgen van de methode. Daarbij vraag ik me af of de keuze voor deze (digitale) methodes wel altijd is gestoeld op de kwaliteit van de inhoud en de didactische geschiktheid of meer op kosten voor de student en school, een aantrekkelijke opmaak en gebruikersgemak. 

Daarnaast zie je een grote marktdominantie van een aantal grote uitgeverijen en is het voor kleine, innovatieve initiatieven lastig om voet aan de grond te krijgen. Hun aanbod dekt vaak een smal deel van een curriculum af en het ontbreekt aan kapitaal om het product door te ontwikkelen. Daardoor is het voor scholen vaak onaantrekkelijk en relatief te duur om dergelijke methodes aan te schaffen. Waarom zou je €15 per student betalen en je dekt maar een klein deel van je onderwijs af, als je voor €30 per student de leermiddelen ter beschikking hebt die het hele curriculum afdekken? 

Het zijn keuzes van opleidingen die goed te onderbouwen zijn met allerlei argumenten, maar zorgen er wel voor dat de dominantie van de uitgeverijen in stand wordt gehouden. En hiermee biedt je de commerciële marktpartijen ook de ruimte om de geschetste situatie van Christien en Tjip realiteit te laten worden.

Gaat het bedrijfsleven de rol van de school in het MBO overnemen?

Op de eerste plaats heb ik de geluiden ook al zo’n 15 jaar geleden gehoord. Het onderwijs zou door het bedrijfsleven worden vervangen met de komst van e-learning. Dit doembeeld is (gelukkig) nooit realiteit geworden, mede doordat de verwachtingen van e-learning nooit zijn waargemaakt. De kwaliteit van de producten bleef beperkt tot ‘gedigitaliseerde’ boeken en de sociale factor van e-learning werd schromelijk onderschat.

Ook in het geschetste beeld dat door machine-learning computers in staat zijn om gepersonaliseerd leermiddelen, passend bij de individuele behoeften van de student, aan te bieden, ontbreekt in deze technologie eveneens het sociale aspect van leren. Verder hebben algoritmes één grote beperking: zij bieden slechts ‘de logische interventie’ aan. Een docent kan juist kiezen om niet de meest voor de hand liggende interventie aan te bieden om de student uit te dagen om ook andere leerstrategieën uit te proberen.

In de keynote van Christien Bok gaf zij aan dat de grote tech-bedrijven door de wijze van hun aanbod de vraag creëren en de ‘markt’ hun standaarden opleggen. Door het opleggen van de standaarden houden zij de markt gesloten doordat andere partijen hier niet op kunnen aansluiten. Het HBO en WO zouden te verdeeld zijn om zelf de standaarden te bepalen, waardoor er meer marktwerking mogelijk is. Wellicht dat door de internationale markt het HBO en WO hier meer last van hebben. De MBO-markt is veelal Nederlands georiënteerd en daardoor minder te beïnvloeden door de internationale markt. Ook is er via saMBO-ICT in het MBO meer onderlinge samenwerking tussen de instellingen en worden de standaarden geëist van de marktpartijen. Als de marktpartijen hier niet in willen meebewegen wordt er gezamenlijk gezocht naar leveranciers die dit wel willen meegaan in de behoeften van de scholen en wordt er geld beschikbaar gesteld om dit eventueel zelf te ontwikkelen. Marktdominantie en ‘vendor lock in’ (bedrijven waar je niet meer van af komt omdat ze ‘onmisbaar’ zijn gemaakt) wordt in het MBO veel minder geaccepteerd. Een voorbeeld hiervan is de komst van Osiris als LAS (leerling administratie systeem) in het MBO. Het LAS dat een aandeel van 80% in het MBO had en niet goed genoeg luisterde naar de wensen van het MBO, heeft dit gemerkt.

Ook de stelling dat de grote tech-ed bedrijven als Google en Microsoft de data misbruiken, klopt niet helemaal. Als je inderdaad een gratis versie van bijvoorbeeld Google cloud wilt hebben, betaal je hiervoor met het verstrekken van data. Gratis bestaat nu eenmaal niet bij commerciële bedrijven. Maar een Azure cloud oplossing waar je voor betaald om die te mogen gebruiken, staat gewoon in Nederland en de data die hierop staan zijn gewoon eigendom van de school. Microsoft mag en kan niet aan deze data komen.

Dus terugkomend op de vraag: “Gaat het bedrijfsleven de rol van het MBO overnemen?” Ik denk dat het niet zo’n vaart gaat lopen als we als sector de teugels in handen blijven houden en de docent weer zijn autonomie teruggeven.

Kan het MBO deze technologieën benutten om het onderwijs beter te maken?
Technologieën als learning analytics en deep machine learning, waarop deze ‘bedreiging’ gestoeld is, bieden zeker ook kansen in het reguliere onderwijs. De docent die patent heeft op ‘kennisoverdracht’ is al lang verleden tijd. Met het internet en digitale methodes kan een computer deze functie prima overnemen van de docent. Anderzijds wil ik ook opmerken dat directe instructie door de docent nog steeds een effectieve manier van kennisoverdracht is. Learning analytics zullen op (korte) termijn nauwkeuriger worden dan het ‘onderbuik gevoel’ dat een docent heeft. En machine learning kan op termijn ook vragen van studenten beantwoorden. Een mooi voorbeeld vind ik een pilot die ze momenteel bij Noorderpoort uitvoeren. Hier wordt Mr. Chadd gebruikt tijdens zelfstudie lessen op school. Hier kunnen studenten eenvoudige vragen stellen via WhatsApp aan een ‘expert op afstand’ (nu nog een mens, straks een robot) waarbij de docent in het lokaal aanwezig is. De docent krijgt hierdoor tijd om studenten die echt extra aandacht nodig hebben, beter te begeleiden.

Betekent dit dan dat de vakkennis over het beroep bij een MBO-docent overbodig wordt en dit wordt overgenomen wordt door een computer? Dat er van een docent ‘slechts’ een coach overblijft? Tja… ik wil deze vraag beantwoorden met een wedervraag. “Welke docent uit je eigen periode dat je op school zat, kun jij je nog herinneren en waarom?” Bij mij waren dat docenten die wisten waar ze het over hadden – die niet een hoofdstuk verder waren dan de student – maar ook mij wisten te prikkelen om na te denken. Dat waren docenten die beschikten over een groot handelingsrepertoire… en dan zijn de technologische mogelijkheden slechts een uitbreiding hierop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.