Zelf een goede (didactisch) kennisclip maken!

Het zelf maken van kennisclips is ‘hot’ in het onderwijs. Met zelf gemaakte kennisclips kun je gepersonaliseerd leren vorm geven doordat er tijd- en plaats onafhankelijk geleerd kan worden. Het onderwijsconcept ‘Flipping the Classroom’ is zelfs gefundeerd op de kennisclips.

Op internet is veel te vinden waar je op moet letten als je zelf een clip wilt maken. Deze gaan dan vaak meer over de technische kanten (hoe maak ik een draaiboek? Waar moet ik op letten tijdens de opnames?), maar zelden over wat nou een didactisch goed filmpje is. Wat is nou een goede clip waar studenten echt iets van kunnen leren? Liesbeth Kester van het Welten Instituut (Open Universiteit) heeft onderzoek gedaan naar de leerpsychologische aspecten van goede kennisclips. In deze blogpost ga ik in op de tien ‘kwaliteitscriteria’, waarbij geldt dat hoe meer elementen de clip bevat hoe betekenisvoller deze clip is.

Cognitieve psychologie van een kennisclip

Een goede kennisclip zorgt voor:

  • het trekken, richten en vasthouden van de aandacht van de student, waardoor deze in staat is om de informatie op te slaan in zijn werkgeheugen;
  • het niet overbelasten van het werkgeheugen, waardoor de student de informatie kan organiseren en integreren met bestaande kennis;
  • het activeren van voorkennis, waardoor de student de nieuwe informatie makkelijker kan integreren met de bestaande kennis.

 1.   Aandacht

  • De clip roept vragen op: Onderzoek laat zien dat het presenteren van een probleem, tegenstrijdige informatie of verrassende informatie de aandacht van studenten trekt. Het opwekken van interesse is voorwaarde voor het trekken en vasthouden van aandacht en bepaald het verdere verloop van het leerproces.
  • Roep een positieve emotie op: Het lijkt er sterk op dat het oproepen van een positieve emotie de informatie beter doet beklijven dan een neutrale of negatieve emotie. Bij een positieve emotie wordt de aandacht van de student verbreed waardoor een student aan meer informatie aandacht schenkt. Bij een negatieve emotie is het omgekeerde het geval.
  • Geef aan waarop de student zich moet focussen: Studenten leren beter als in het filmpje de aandacht wordt gevestigd op de belangrijkste informatie. Dat kun je doen door te werken met pijltjes in de film, inzoomen of gebruik maken van verschillende beeldscherptes, voice-over om aanwijzingen te geven, etc. Door hen de focus aan te reiken voorkom je dat studenten op het beeld zelf moeten zoeken naar de belangrijkste informatie.
  • Synchroon lopen van beeld en geluid: Een open deur, dunkt me. Bij beeld en geschreven tekst gaat het er om dat deze dicht bij elkaar staan en bij beeld en gesproken tekst moeten deze parallel aan elkaar zijn. Studies naar oogbeweging laten zien dat indien dit niet het geval is, het beeld wordt genegeerd en de focus te leggen op de gesproken of geschreven tekst.
  •  Gebruik omgangstaal: Omgangstaal verdient de voorkeur boven formele taal. Spreek voornamelijk in de eerste- en tweede persoon en vermijd bij voorkeur de derde persoon. Een directe aanspreekvorm trekt de aandacht waardoor de interesse toeneemt. Hierdoor doen studenten beter hun best om de informatie te begrijpen.

2.   Werkgeheugen

  • De kennisclip bevat geen redundante informatie: Hoewel de algemene opvatting is dat informatie die op een net wat andere manier herhaald wordt beter is voor het onthouden, werkt dit in een clip averechts. Daar waar verstaanbare gesproken tekst ondertiteld wordt of tabellen met informatie nogmaals met grafieken gepresenteerd wordt moeten de hersenen eerst vaststellen dat het hier om dezelfde informatie gaat. Dit belast het werkgeheugen van onze hersenen nodeloos.
  • De kennisclip bevat geen overbodige informatie: Clips bevatten geen overbodige details, zoals achtergrondmuziek of niet essentiĆ«le beelden. Hoewel de oorzaak nog niet is vastgesteld, kan wel geconcludeerd worden dat deze details een negatief effect hebben op het memoriseren van de informatie en overbelasting van het werkgeheugen.
  • De kennisclip bevat zowel beeld als geluid: Doordat onze hersenen informatie opnemen via de verschillende zintuigen en dit gescheiden ‘kanalen’ zijn, kan het werkgeheugen optimaal gebruikt worden. Dit geldt dus zowel voor bewegende- of statische beelden en gesproken of geschreven taal. Informatie die via eenzelfde zintuig binnenkomt heeft een negatief effect (zie opmerking bij redundante informatie).
  • De informatie is opgedeeld: Studenten onthouden informatie beter als de informatie is opgedeeld in betekenisvolle delen. Door gebruik te maken van een voice-over tussen de delen of een keuzemenu waarmee bepaalde fragmenten geselecteerd kunnen worden, ontstaat een pauze welke een positief hebben op het werkgeheugen. Dit heeft een positief effect op het leren.

3.   Voorkennis

  • De clip linkt aan voorkennis: Als studenten voorkennis kunnen activeren voordat er nieuwe informatie wordt aangeboden, wordt de nieuwe informatie beter verwerkt. Hierdoor onthouden studenten de informatie beter en vindt er een betere verwerking (begrijpen) plaats. Dit zorgt er voor dat de relevante voorkennis in het werkgeheugen staat, alvorens de nieuwe informatie zich aandient. Hiervoor kun je een voorbeelden gebruiken, een vraag stellen of toepassingsmogelijkheden van de kennis gebruiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.