Online peer visit KU Leuven: onderwijsruimtes van de toekomst

Gisteren was ik op uitnodiging van SURF virtueel te gast bij de KU Leuven om hun onderwijsruimtes van de toekomst te bekijken en te luisteren naar de resultaten van hun onderzoek naar de effecten van de ruimtes op het onderwijs. Het was uiteindelijk geen virtuele tour, maar meer een webinar met foto’s van de onderwijsruimtes die zij hebben ingericht. Een deel van de aanwezigen was fysiek aanwezig en een deel zat in de virtuele klas bij elkaar. Op de foto in de kop van dit bericht zie je hoe het lokaal er uitzag. In het kader van de AVG hebben we de aanwezigen gevraagd of zij even op de gang wilden wachten. ūüôā¬†Geintje natuurlijk. Foto is gemaakt in de pauze.

De techniek van het webinar

Maar voordat ik begin over de inhoud, wil ik toch nog eerst een uitstapje maken en wil ik het hebben over de technologie waarmee het webinar vorm werd gegeven. Ik heb aan verschillende webinars deelgenomen met verschillende platforms (Vitero, Adobe Connect, Skype voor Bedrijven, Appear.in) en dan ontstaat er toch een wat formele sfeer van leren. Gedisciplineerd, formele communicatie, etc. Dat had ik bij het platform van de KU Leuven (weConnect van Barco) niet. Er waren verschillende camera’s waarvan jezelf kon bepalen wat er in je grote scherm verschijnt. Er was een ‘chat’ waarin je vragen kon stellen aan de docent of de klas, maar er is ook een priv√©-chat waardoor je ook informeel kunt ‘kletsen’ met medestudenten. Hierdoor kwam het bij mij allemaal wat natuurlijker over. Je kunt virtueel dingen doen die je in een ‘echte’ les ook kunt doen (rondkijken in de klas, kletsen met de buurman/vrouw, en opletten natuurlijk). Uiteraard heeft weConnect ook de polls, quizzes, etc. wat je van elk platform mag verwachten. Kortom; een mooi platform! Het enige nadeel was dat veel van de webcams van de deelnemers op zwart gingen vanwege de hoge belasting van de stream. Maar of dit aan het platform ligt of aan het netwerk van de KU Leuven is niet te zeggen.

De ‘rondleiding’

KU Leuven heeft een viertal lokalen ‘van de toekomst’ ingericht en doet onderzoek naar de effecten van de inrichting van de lokalen op het onderwijs. Nu moet ik eerlijk bekennen dat het merendeel van de lokalen wel reeds bekend zijn in het MBO. Wij kennen de collegezaal, de werkgroepwerkruimte en het studieplein al. Ook het virtuele klaslokaal is al her en der aanwezig in het MBO. De nieuwigheid zit in de technologie die ze in deze lokalen hebben geplaatst. Hiermee wil de KU Leuven bereiken dat studenten interactiever omgaan met het leren.

1.   De collegezaal

In de collegezaal hangen camera’s, waardoor het mogelijk is om in het geval van onvoldoende plaatsen een tweede lokaal te gebruiken en te verbinden met de collegezaal waar de docent aanwezig is. De studenten hebben een app ge√Įnstalleerd¬†, kunnen via een browser (dank voor de correctie Leon ten Brundel) op hun notebook, tablet of smartphone waarmee ze kunnen participeren aan polls, quizzes, etc. Ook kunnen zij vragen stellen via een chat. Medestudenten kunnen de vraag ‘liken’ waardoor de docent weet welke vragen het meest prangend zijn en hier op ingaan tijdens de les. De vragen kunnen ook worden opgeslagen, waardoor de docent de vragen achteraf kan beantwoorden. En de colleges kunnen worden opgenomen en¬†bewaard.

Nu zijn activerende lesvormen waarmee je studenten meer betrekt bij de les niet nieuw en komen colleges aan grote groepen in het MBO niet vaak voor. Maar te grote groepen in te kleine lokalen is wel een herkenbaar probleem. Het via ‘chat’ vragen kunnen stellen, kan mijns inziens wel een toegevoegde waarde hebben. De drempel voor het stellen van vragen wordt hierdoor verkleind en ook de mogelijkheid om ‘minder relevante’ vragen achteraf te kunnen beantwoorden kan toegevoegde waarde hebben.

2.   Werkgroepsruimtes

In iedere werkgroepruimte heeft iedere ‘vergadertafel’ een beeldscherm waar meerdere studenten gelijktijdig hun beeldscherm van hun device op kunnen projecteren. De docent kan op afstand een beeldscherm van √©√©n groep projecteren op alle beeldschermen van het lokaal en/of op het centrale bord als deze wil stilstaan bij een van de verschillende werkgroepen.

Een groot beeldscherm bij iedere tafel heeft zeker een meerwaarde, net als de mogelijkheid van een docent om alle schermen te delen of op een digibord te projecteren. Maar de meerwaarde om aan iedere tafel meerdere studenten hun device te kunnen connecteren met het scherm, zie ik niet. Ik zou opteren om studenten samen te laten werken aan √©√©n document. Hierdoor hoeft slechts √©√©n student zijn device te koppelen aan het scherm op de tafel. Dit is een aanzienlijk goedkopere oplossing en ‘dwingt’ studenten om direct te werken aan √©√©n document. Het werken aan een gezamenlijk document heeft als grote voordeel dat docenten direct inzicht hebben aan ieders individuele bijdrage. Als studenten hun eigen documenten samenvoegen tot een gezamenlijk document zie je de individuele bijdrage van de studenten niet.

3.   Hybride leslokalen

Dit lokaal is een combinatie van een ‘remote classroom’ (2 leslokalen die via een videoverbinding met elkaar in contact staan) en een ‘virtual classroom’ (studenten die achter een notebook vanaf een willekeurige locatie samen les volgen) en door deze combinatie redelijk uniek te noemen. Uit kosten- en ruimte overweging en een nog grotere plaatsonafhankelijkheid biedt dit meer mogelijkheden dan bij gescheiden ‘ruimtes’. Slim bedacht.

4.   Open leercentrum

KU Leuven heeft een open leercentrum waar studenten zelfstandig kunnen studeren en hun presentaties kunnen oefenen. In technische zin is dit een combinatie van een digitale collegezaal (om presentaties te oefenen) en een werkgroepruimte (om informeel samen te werken), zonder dat de mogelijkheid van het projecteren van de verschillende schermen naar een centraal digibord noodzakelijk is.

Onderzoeksresultaten

KU Leuven heeft tot nu toe alleen onderzoek afgerond voor de collegezaal. Hierbij moet ik vermelden dat het nog maar om een klein aantal studenten gaat en dat docenten nog pas zijn begonnen met deze vorm van lesgeven met deze middelen.

Over het onderzoek naar de collegezaal zijn de volgende conclusies getrokken:

  • Bij de volgorde waarin het college plaatsvond (eerst college, dan werkgroep of eerst werkgroep, dan college) zijn er geen significante verschillen in de behaalde studieresultaten. Docenten en studenten geven wel aan dat de participatie in het college hoger is als er eerst in werkgroepen wordt geleerd en er gerichtere vragen worden gesteld.
  • Bij het werken met polls en quizzen zijn geen conclusies te trekken wanneer deze het beste kunnen plaatsvinden in het college (in het begin, in het midden, aan het eind of op alle drie de momenten). De meningen van de studenten zijn hier enorm verspreid.
  • Het aantal quizzen en polls is niet relevant. Docenten hebben hierbij een variatie van 1 tot 4 maal een quiz of poll per college uitgevoerd. De participatie was bij alle vier gelijk. Ook is eenmaal een college gegeven zonder poll of quiz, waarbij studenten aangaven deze te hebben gemist.
  • Docenten en studenten ervaren een hogere betrokkenheid (via biofeedback gemeten) bij lessen waarin gewerkt wordt met quizzen en polls.

Er is nu aangetoond (met de kanttekening dat het onderzoek met weinig studenten is uitgevoerd), wat de onderbuik van de docent eigenlijk al wist.

Ik mis het Virtuele Open leercentrum

Met uitzondering van Vitero is er geen applicatie of school die iets ziet in een virtueel open leercentrum. Een virtuele plek waar je op elk tijdstip van de dag binnen kunt ‘lopen’ en kunt studeren. Waar meerdere studenten aanwezig zijn, eventueel docenten beschikbaar zijn en waar je informeel je vragen kunt stellen aan medestudenten of docenten. Omdat (gepersonaliseerd) leren in toenemende mate een sociaal aspect kent, zie ik een toename van informeel leren. Dit wordt tot nu toe nog slechts gefaciliteerd door open leercentra in te richten. Om de plaatsonafhankelijkheid te vergroten is een virtuele variant hierbij een optie.

Om academische discussies over informeel leren te voorkomen; hiermee bedoel ik het leren buiten de geplande lesactiviteiten om. Dus alle activiteiten die de student uitvoert welke niet op een lesrooster staan vermeld.

Conclusie

Ik heb een mooi beeld gekregen over de technologie die de ‘moderne’ lesruimtes kan verrijken. De ervaring van les krijgen in een hybride leslokaal met weConnect is me uitstekend bevallen. En de ‘juf’ heeft een mooie demonstratie gegeven van de didactische en pedagogische aanpak van het college. Kortom: een leerzaam en zinvol college.

2 comments

  1. Zeer mooi verslag van een prachtig evenement georganiseerd door Surf. Leuk om te lezen dat de ervaring online zeer positief is geweest. Vanuit het perspectief van de docent is het verschil met andere platforms nog groter. De docent geeft niet les aan een PC, maar hij of zij ziet de leerlingen op ware grote, en dat maakt de beleving heel anders. Omdat er tot 8 studenten op een scherm (afhankelijk van grote) zichtbaar kunnen worden gemaakt, en elk scherm zijn eigen geluid en camera heeft. Ontstaat er een beter face-2-face communicatie. De docent kijkt de student ook echt aan, als hij of zij ermee spreekt. Tijdens het event zijn niet alle facetten getoond, maar binnenkort kan ook de student meeschrijven op het whiteboard van de docent en komen er ook nog andere interactieve mogelijkheden bij. In je verslag schrijf je dat je een app moet installeren op je device. Dat is gelukkig niet nodig, een browser is voldoende om alles te kunnen doen.

    In de werkgroepruimtes zie je de toegevoegde waarde van het delen van meerdere devices van studenten op een scherm aan een werktafel niet zo. De mening van de KULAK is juist dat ze zien dat dit wel degelijk van grote waarde is. Bijvoorbeeld, een student zoekt iets op het internet en de ander bewerkt een document etc. Maar die uitleg heb je helaas niet online kunnen meevolgen daar dit in een andere ruimte werd gedemonstreerd. Ik hoor graag of je nog goede suggesties hebt en ook toepassingen ziet voor het MBO

    1. Dank voor je bericht. Ik heb je terechte opmerking over het foutief vermelden van de noodzaak van een app in het originele bericht gewijzigd.
      Wat betreft de toepassingen denk ik dat alle getoonde opstellingen relevant kunnen zijn in het MBO. Wellicht niet op de korte termijn, maar als gepersonaliseerd leren √©cht vorm gaat krijgen en opleiden samen met het bedrijfsleven ontstaat de noodzaak voor producten als Vitero, Adobe Connect, etc…. en ook Barco ūüėČ ) vanzelf.
      Een toepassing die ik graag zou willen zien in de toekomst is een virtuele aula. Studenten (en docenten) kunnen naar deze ruimte gaan als ze thuis hun ‘huiswerk’ willen maken. Ze zien andere studenten en kunnen daar vragen aan elkaar stellen. Het kan ook een virtuele ontmoetingsplaats zijn voor studenten die met elkaar aan een project werken. Vergelijk het een beetje met Microsoft Teams, alleen dan niet vanuit de invalshoek het samenwerken aan stukken, waarbij je ook teleconferentie hebt. Maar videoconferentie, waarbij je ook kunt samenwerken aan stukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.