Strategische agenda digitalisering mbo 2018-2022

Gisteren tijdens de Ambassadeursbijeenkomst saMBO-ICT werd er een voorpresentatie gegeven van het te verschijnen digitaliseringsagenda voor het MBO. De MBO raad heeft de ‘slimmerikken’ van saMBO-ICT, Kennisnet en SURF en enkele anderen gevraagd om 52 rapporten op gebied van politieke, sociale, economische als technologische trends door te spitten en te kijken of zij hier een rode lijn in konden vinden voor de digitalisering van het MBO onderwijs. Dit vloeit voort uit het bestuursakkoord die de sector met het Ministerie van OCW heeft afgesloten.

De aanleiding is ons wel bekend: veranderingen op gebied van samenleving, veranderende beroepen, technologische ontwikkelingen, etc. Ik denk dat ik hier niet verder over hoef uit te wijden, omdat dit wel inmiddels bij iedereen bekend zou moeten zijn. Mits je de afgelopen jaren niet in coma hebt gelegen of onder een steen hebt geleefd.

De digitaliseringsagenda is geen op zich zelf staand onderdeel, maar sluit aan bij de behoeften/noden van het onderwijs. Deze digitaliseringsagenda moet bijdragen aan:

  1. Innoveren van het onderwijs
  2. Optimale toegang naar de arbeidsmarkt
  3. Publieke onderwijsinfrastructuur voor een leven lang leren.

Dat heeft geleid tot de digitaliseringsagenda voor de periode 2018-2022. In de agenda zijn een zevental thema’s, in een drietal rubrieken, benoemd die in deze periode extra aandacht zullen krijgen. Nu zijn dit geen onbekende of nieuwe thema’s, maar deze krijgen terecht extra aandacht in de komende jaren. Het zijn thema’s waarvan we de noodzaak herkennen, maar die of niet van de grond komen of niet datgene opleveren wat er van verwacht wordt.

1.   Inhoud onderwijs

In het thema “Inhoud Onderwijs” zijn een tweetal punten genoemd die extra aandacht dienen te krijgen in de komende tijd. Het gaat hier om onderwerpen die in het curriculum van de opleidingen opgenomen dienen te worden of nadrukkelijker een plaats dienen te krijgen.

Leven lang leren: door de snel veranderende beroepsinhoud, het verdwijnen van oude beroepen, het ontstaan van nieuwe beroepen, zullen mensen steeds vaker bij- of omgeschoold moeten worden. Het MBO levert mensen met een startkwalificatie af, maar biedt deze in de toekomst ook een ‘onderhoudscontract’ aan. Bedrijven en werknemers zorgen samen met het MBO om deze mensen steeds bij de huidige tijd te houden.

Digitaal Burgerschap: de maatschappij verandert onder invloed van verregaande medialisering. Er ontstaan andere vormen van relaties en communicatie. Social media heeft invloed op het beeld dat iemand heeft op de maatschappij en bepaalt al voor een deel ons gedrag. Om jonge mensen te leren om op verantwoorde wijze deel te nemen aan deze wereld is aandacht voor digitaal burgerschap noodzakelijk. Dit moet nadrukkelijk een plek krijgen in het curriculum.

2.   Flexibilisering

Gepersonaliseerd leren vraagt nogal wat van de organisatie van het onderwijs. Het thema flexibiliseren moet zorgen dat flexibel onderwijs mogelijk wordt gemaakt.

Onderwijslogistiek: Bij het thema onderwijslogistiek gaat het bepaald niet alleen over roosters en lokaalinrichting. Het gaat veel breder. Ook curriculumontwerp maakt onderdeel uit van het thema. Het curriculum -met co-creatie, werkplekleren, keuzedelen, cross-curriculair leren, etc.- wordt complexer en er komen steeds meer stakeholders bij. Dit vraagt de nodige afstemming tussen alle betrokkenen en vraagt om een andere inrichting van de ondersteunende systemen en de mogelijkheid tot het uitwisselen van gegevens.

Leermiddelen: Tot nu toe werd de beschikbaarheid van de leermiddelen aan de marktpartijen overgelaten. Het onderwijs is hier niet tevreden over. Naast de toegankelijkheid van de verschillende digitale educatieve methodes neemt de kritiek op de actualiteit, kwaliteit en beschikbaarheid van kwalitatief, actuele content steeds meer toe. Naast de commerciële aanbieders is er in toenemende mate behoefte aan het zogenaamd ‘open leren’ (leermiddelen die door private partijen worden ontwikkeld en ‘gratis’ ter beschikking worden gesteld). Dit komt nog maar moeilijk van de grond.

Eigen studentendossier: Wie is nu de eigenaar van de resultaten van de student? We zullen vrijwel allemaal zeggen dat de student dit is. Maar is dat wel echt zo? De resultaten van de student worden opgeslagen in de systemen van de scholen en zijn hoogstens in te zien voor de student. Met het nieuwe leren wordt de student eigenaar van zijn leerproces en speelt de school een faciliterende rol. Elders behaalde resultaten, resultaten uit het voortraject, etc. zijn niet in de huidige systemen vast te leggen. De noodzaak voor een eigen portfolio wordt steeds meer noodzakelijker, zeker gezien een leven lang leren.

3.   Digitaliseren van het leren

Hierbij gaat het meer om de didactische toepassing van het leren. In dit thema zijn er een tweetal thema’s opgenomen.

Docenten professionalisering: Een belangrijke factor – zo niet de belangrijkste – om meer gebruik te maken van leertechnologie ligt bij de docent. En om dit te bereiken is de deskundigheid van de docent op dit gebied cruciaal. Maar het thema ligt breder dan alleen de competenties van de docent. Als er in zijn omgeving (management en ondersteunende diensten) kennis ontbreekt, wordt borging van leertechnologie in het onderwijs een moeilijk, zo niet ondoenlijke, zaak.

Data gestuurd leren:

Big data en Learning Analytics gaan een belangrijke rol spelen in het leerproces van de student. Met de verzamelde data van studenten is persoonlijke sturing en begeleiding veel meer mogelijk. Waar Big Data eigenlijk al een volwassen niveau heeft bereikt en er nu reeds mogelijkheden zijn om deze informatie in te zetten in je organisatie van het onderwijs, zijn de ontwikkelingen op gebied van learning analytics nog redelijk pril. De geslotenheid van de verschillende onderwijs(ondersteunende) systemen zijn hier mede debet aan. Om learning analytics goed te gaan gebruiken, moet hier door de betrokken partijen goede ketenafspraken gemaakt worden.

Hoe nu verder?

Als je naar de individuele onderdelen kijkt, zit het allemaal niet zo zeer in de techniek. Eigenlijk is dit misschien nog wel het meest simpel om te realiseren. De vele partijen, de verschillende belangen en inzichten maken het complex. Het is daarom goed om de bovengenoemde onderwerpen sectorbreed op de agenda te zetten. Een zelfstandig ROC kan stapjes zetten – en dat gebeurd ook al – maar is niet in staat om echte doorbraken te realiseren. In gezamenlijkheid bereik je meer. Zoals al vaker wordt geroepen: alleen ga je sneller, samen kom je verder! Een kritische kanttekening bij dit rapport dat ik plaats, is de abstractie van de beschreven resultaten en het uitblijven van concrete doelen. Het rapport geeft een ‘vaag’ beeld van de probleemstelling, maar het ontbreekt aan ‘harde’ wensen/eisen over de te bereiken resultaten en/of koers die men wil inzetten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.